De Raad voor Cultuur adviseert om 'Pride Amsterdam' voor te dragen ter nominatie voor UNESCO’s ‘Representatieve lijst van het immaterieel cultureel erfgoed van de mensheid’. Dat staat in een advies aan minister Letschert van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). Vorige maand maakte de raad al een selectie bekend van vijf kansrijke erfgoedelementen. Daarop vroeg de minister de raad om nader advies over de uiteindelijke keuze voor de voordracht bij UNESCO in 2027.
Beeld: Stichting Amsterdam Gay Pride
Selectie
De in maart door de raad geselecteerde kansrijke erfgoedelementen waren in alfabetische volgorde: 'De herdenking en viering van het Leidens Ontzet in 1574', 'Heggenvlechten', 'Het Fanfareorkest', 'Pride Amsterdam' en 'Woonwagencultuur'.
Voor ‘Het Fanfareorkest’ overweegt de raad dat een multinationale voordracht samen met België logisch en wenselijk is. Dat vergt afstemming en vanwege de beperkte tijd daartoe is al eerder door het ministerie verzocht om geen multinationale dossiers voor te stellen. De raad adviseert daarom ‘Het Fanfareorkest’ niet in deze ronde voor te dragen.
Nadere afweging
Om tot een keuze te komen uit de overige vier erfgoedelementen heeft de raad een nadere afweging gemaakt aan de hand van het eerder vastgestelde beoordelings- en selectiekader. De raad constateert dat historische stadsfeesten, zoals ‘De herdenking en viering van het Leidens Ontzet in 1574' al voorkomen op de UNESCO-lijst. Hetzelfde geldt voor ambachtelijke, rurale tradities gericht op duurzaamheid, zoals ‘Heggenvlechten’. Maar erfgoedelementen vergelijkbaar met ‘Pride Amsterdam’ en ‘Woonwagencultuur’ komen er nog niet op voor. Vanwege het criterium dat een voordracht "idealiter" bijdraagt aan "het zichtbaar maken van de rijkheid en diversiteit van immaterieel cultureel erfgoed wereldwijd", ging de uiteindelijke afweging tussen deze laatste twee.
Het belang van de erkenning van ‘Woonwagencultuur’ is groot, stelt de raad. Toch wegen de argumenten voor ‘Pride Amsterdam’ zwaarder. Dit op basis van het criterium over "de vraag of Nederland zich met een bepaald erfgoedelement internationaal zou willen profileren". De raad schrijft: "Nederland heeft op het gebied van gendergelijkheid, queer-emancipatie en seksuele vrijheid een rol vervuld als voorloper. Zo'n rol heeft het niet in het geval van Woonwagencultuur".
Conclusie
Een voordracht van 'Pride Amsterdam' is passend en logisch, concludeert de raad. In het belang van een succesvolle nominatie én om aansluiting door andere lidstaten te zijner tijd te vergemakkelijken, doet de raad de suggestie om de titel van het nominatiedossier te veranderen in 'Pride'. Nederland kan zo de voortrekkersrol pakken in de nominatieprocedure.
Het is aan Minister Letschert (OCW) om te komen tot een voordracht ter nominatie bij UNESCO. Stichting Pride Amsterdam zal zelf aan de samenstelling van het nominatiedossier werken, hierin bijgestaan door het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland (KIEN). Uiteindelijk besluit het Intergouvernementeel Comité van het UNESCO-verdrag over opname op de Representatieve lijst.
Tijdelijke commissie van deskundigen
Dezelfde tijdelijke commissie van deskundigen die het initiële advies over de selectie voorbereidde, heeft ook het aanvullende raadsadvies over de voordracht voorbereid. De commissie bestaat uit: Sophie Elpers (voorzitter), Peggy Brandon, Hester Dibbits, Nicole van Dijk, Felix Havenith en John Olivieira-Siere, tevens raadslid.
Beeld: Stichting Amsterdam Gay Pride
Pridewalk 2018 Beeld: Stichting Pride Amsterdam