Vandaag maakt de Raad voor Cultuur in een advies bekend welk immaterieel erfgoed kansrijk is om te worden opgenomen op de 'Representatieve lijst van cultureel immaterieel erfgoed van de mensheid'. Het gaat om een breed palet van vijf zogeheten 'erfgoedelementen' die worden beoefend in Nederland. Het is aan de nieuwe minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Rianne Letschert om een besluit te nemen over de voordracht ter nominatie bij UNESCO in 2027. De raad maakte de voorselectie op verzoek van haar ambtsvoorganger.
Beeld: Foto via Stichting Amsterdam Gay Pride
Pride Amsterdam - Pride Walk 2018.
Immaterieel erfgoed is levend erfgoed. Het wordt beoefend, geborgd en gekoesterd door mensen en blijft zich met de tijd mee ontwikkelen. De opname op UNESCO's 'Representatieve lijst van het cultureel immaterieel erfgoed van de mensheid' biedt een belangrijke vorm van erkenning en daarmee borging en bescherming. Voor de nominatieronde van 2027 selecteerde de raad vijf zeer uiteenlopende, maar allemaal even kansrijke erfgoedelementen, variërend van festiviteiten tot ambachten en leefculturen. Het gaat, in alfabetische volgorde, om:
- De herdenking en viering van het Leidens Ontzet 1574
- Heggenvlechten
- Het Fanfareorkest
- Pride Amsterdam
- Woonwagencultuur
Hoe het werkt
Mensen bepalen zelf of iets tot hun immaterieel erfgoed behoort en of ze het willen aanmelden voor de 'Inventaris Immaterieel Erfgoed Nederland'. Alleen erfgoed dat is opgenomen in deze inventaris mocht de raad in aanmerking nemen. Bovendien moesten de beoefenaars van het erfgoed zelf aangeven dat ze genomineerd willen worden. Het is verder noodzakelijk dat ze goed georganiseerd zijn en actief willen en kunnen bijdragen aan het eventueel samenstellen van een nominatiedossier.
Om dit te achterhalen heeft het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland (KIEN) een uitvraag gedaan bij alle erfgoedbeoefenaars uit de inventaris. Op basis daarvan zijn 32 kandidaten aan de raad voorgelegd. Voor de selectie heeft de raad gebruikgemaakt van de criteria uit het UNESCO-verdrag, enkele voorwaarden gesteld door het Ministerie van OCW en eigen overwegingen.
De door de raad voorgeselecteerde erfgoedelementen die de minister uiteindelijk niet voordraagt ter nominatie bij UNESCO, kunnen in een volgende voordrachtsronde geen rechten ontlenen aan het raadsadvies. Hier geldt: nieuwe ronde, nieuwe kansen - voor iedereen.
Het verdrag
UNESCO's Verdrag inzake de Bescherming van Immaterieel Cultureel Erfgoed bestaat sinds 2003 en heeft als doel om wereldwijd gebruiken, rituelen, tradities, sociale praktijken, ambachten en andere vormen van immaterieel erfgoed te beschermen, te ontwikkelen en de beoefening ervan door te geven aan volgende generaties. Alle staten die het verdrag hebben geratificeerd dienen hieraan mee te werken. Het Koninkrijk der Nederlanden is sinds 2012 partij bij het verdrag.
Eerder zijn vanuit het Europese deel van ons Koninkrijk met succes vijf erfgoedelementen voor internationale erkenning genomineerd: het ambacht van molenaar (2017); de corsocultuur (2021); de valkerij (2021); het zomercarnaval in Rotterdam (2023); en de traditionele bevloeiing van grasland (2023).
Deskundigencommissie
Een tijdelijke commissie van deskundigen heeft het raadsadvies voorbereid: Sophie Elpers (voorzitter), Peggy Brandon, Hester Dibbits, Nicole van Dijk, Felix Havenith en John Olivieira-Siere, tevens raadslid.




