De Raad voor Cultuur is in beginsel positief over de voorgestelde hervorming van de landelijke publieke omroep. De plannen sluiten volgens de raad beter aan op het veranderende medialandschap en lossen verschillende knelpunten in het huidige bestel op. Wel vraagt de raad in zijn consultatiereactie aandacht voor een aantal risico’s en onduidelijkheden.

In het nieuwe bestel zijn de NPO en de omroephuizen gezamenlijke verantwoordelijk. De raad juicht dat toe, maar heeft ook een zorg. In het geval meerdere partijen verantwoordelijk zijn, bestaat het risico dat niemand zich echt verantwoordelijk voelt. Daardoor kunnen bepaalde programma’s of taken onvoldoende aandacht krijgen, zonder dat duidelijk is wie daarop kan worden aangesproken.

Dat geldt in het bijzonder voor kunst en cultuur, waarvoor de omroephuizen straks gezamenlijk verantwoordelijk worden. De raad wil daarom meer duidelijkheid over wie eventuele tekortkomingen signaleert en hoe tijdig kan worden ingegrepen. Ook adviseert hij de culturele programmering tussentijds te monitoren en te evalueren.

Beeld: Mediapark

De raad is positief over de versterking van de rol van de ombudsman. Wel vraagt hij zich af of het toezicht en de handhaving voldoende op elkaar aansluiten en of de sancties in voldoende mate passend zijn. Zelfregulering vereist volgens de raad een sterke externe toezichthouder met een duidelijke opdracht en toereikende instrumenten voor het geval zelfregulering onvoldoende effectief blijkt. De raad adviseert de wettekst zodanig te (her)formuleren dat hieraan in voldoende mate wordt tegemoetgekomen.

Ook wijst hij op mogelijke risico’s voor onafhankelijke producenten, die straks niet meer rechtstreeks bij de NPO kunnen pitchen. Daarmee verdwijnt een alternatief loket en kunnen belangenconflicten ontstaan wanneer omroepen zowel opdrachtgever als producent zijn. Tot slot ondersteunt de raad de nieuwe verantwoordingssystematiek, maar vraagt zich af hoe tijdig kan worden bijgestuurd als deze onvoldoende wordt gerealiseerd en de evaluatie slechts eens in de vijf jaar plaatsvindt.