
'Maken (z)onder druk' in de praktijk
Handelingspersectieven voor verbinding tussen kunst, politiek en publiek
Artistieke vrijheid staat steeds meer onder druk, constateerde de Raad voor Cultuur in het begin dit jaar verschenen advies 'Maken (z)onder druk, artistieke vrijheid als democratisch instrument'. De raad agendeerde het thema naar aanleiding van signalen van makers en instellingen dat hun werk steeds vaker onderwerp van scherp debat wordt. Debat hoort bij kunst en cultuur, maar het wordt problematisch wanneer het omslaat in intimidatie, bedreiging of druk om kunst niet meer te tonen. Hoe ga je daar in de praktijk mee om? We leggen het voor aan John de Weerd, sinds begin april de nieuwe directeur van Het Nationale Theater in Den Haag.
Met name in de relatie tussen kunst en samenleving doen zich incidenten voor, stelt de raad in het advies. John de Weerd herkent dit: "Wij merken met name in het jeugdtheater en HNTJong dat er sprake kan zijn van weerstand bij het publiek. Natuurlijk is het onze rol om het soms te laten schuren en dan kan je een reactie verwachten. Dat is op zich niet erg natuurlijk. Maar als er vanuit de zaal zomaar dingen geroepen worden, kan dat ertoe leiden dat andere toeschouwers en de spelers zich onveilig gaan voelen. De dialoog over een voorstelling kan daarom beter buiten de zaal plaatsvinden."

Beeld: © Lowiegraphie / Het Nationale Theater
John de Weerd
Hoe dat te faciliteren? Inmiddels is het HNT samen met een vijftal andere jeugdpodiuminstellingen gestart met een pilot om dat te onderzoeken. De Weerd: "De vraag is: hoe geef je jongeren het gevoel dat ze gehoord en gezien worden en dat ook hun perspectief is meegenomen? Dat kan al beginnen in de klas en dus is de relatie met de school belangrijk. Voorbereiding bepaalt hoe jongeren het theater in komen en dus uiteindelijk ook hoe ze weer naar buiten gaan. De pilot onderzoekt hoe je dat zo goed mogelijk kan laten verlopen." De onderzoekspilot zit nu nog in de voorbereidingsfase. Naar verwachting wordt dit najaar gestart met de uitvoering.
"Dat dit onderwerp niet wordt neergezet als het probleem van alleen deze sector maakt dat je als maker het gevoel hebt er dat je er niet alleen voor staat"
De Weerd ziet het advies 'Maken (z)onder druk' als behulpzaam vanwege de bredere agendering van de thematiek. "Dat dit onderwerp niet wordt neergezet als het probleem van alleen deze sector maakt dat je als maker het gevoel hebt er dat je er niet alleen voor staat. In dat opzicht is het advies heel verbindend." Deze tijd vraagt om onderhoud voor de relatie tussen makers en publiek. "Dat het advies hiervoor een aantal handelingsperspectieven bevat is echt behulpzaam voor de sector en natuurlijk ook voor politiek en samenleving."
Het advies ziet een duidelijke rol voor de politiek. Bijvoorbeeld door uit te dragen dat iedereen vrij is om verhalen te vertellen, of hier kennis van te nemen. De raad legt de nadruk op het Thorbecke-adagium dat de overheid geen inhoudelijk oordeel geeft over kunstuitingen. Als dit toch gebeurt vergroot dit de maatschappelijke druk op makers. Maar ook het Thorbecke-adagium is niet meer voor iedereen vanzelfsprekend. Daarom beveelt de raad aan om de wettelijke verankering van de vrijheid van kunsten beter te borgen.
"In feite hebben we hier als makers van theater een publieke taak. Alleen vind ik het als werkgever belangrijk dat spelers die taak veilig kunnen uitvoeren"
De Weerd hierover: "Eigenlijk is het jammer dat het nodig is. Maar nu blijkt dat het nodig is zeg ik: doe het maar." Hij zegt pal te staan voor de artistieke vrijheid. "Naar makers benadruk ik dat je het verhaal moet maken dat je wilt maken. Dat maakproces gaat echter niet vanuit een ivoren toren. Voorstellingen maak je altijd voor het publiek en dus is er altijd sprake van wisselwerking. Soms is het onze rol om nieuwe perspectieven toe te voegen en zo een breder publiek te bereiken. Of we kiezen er juist voor om wat gangbaar is in de publieke opinie te bevragen. In feite hebben we hier als makers van theater een publieke taak. Alleen vind ik het als werkgever belangrijk dat spelers die taak veilig kunnen uitvoeren."
Minister Letschert van OCW heeft begin maart aan de Tweede Kamer laten weten dat zij: "verwacht rond de zomer te reageren op de aanbevelingen van de Raad voor Cultuur, waaronder ook het advies om het Thorbecke-beginsel in de wet te verankeren"
