
Alle stemmen tellen
4 vragen aan Jörgen Tjon A Fong
Jörgen Tjon A Fong wordt per 1 januari de nieuwe voorzitter van de Raad voor Cultuur. Over de overstap, de kloof tussen beleid en praktijk en waarom hij de komende tijd vooral wil luisteren.
1. Je hebt in je loopbaan veel verschillende rollen gehad: als maker, artistiek leider, bestuurder en in de media. Wat neem je uit die verschillende werelden mee naar het voorzitterschap van de Raad voor Cultuur?
“Ik zie soms een kloof tussen beleid en de manier waarop dat beleid uiteindelijk in de praktijk uitwerkt. De idealen achter beleid kunnen heel goed zijn, maar de praktijk is vaak weerbarstiger. Bijvoorbeeld door financiële beperkingen of andere omstandigheden in het veld. Vanuit mijn verschillende rollen heb ik van dichtbij gezien wat beleid in de praktijk betekent. Tegelijkertijd heb ik, onder meer vanuit mijn ervaring bij de Amsterdamse Kunstraad, ook gezien hoe beleidsafwegingen tot stand komen. Die combinatie neem ik mee. Ik hoop daarin een brugfunctie te kunnen vervullen en het perspectief vanuit het veld goed mee te nemen.”
“Ik zie soms een kloof tussen beleid en de manier waarop dat beleid uiteindelijk in de praktijk uitwerkt. De idealen achter beleid kunnen heel goed zijn, maar de praktijk is vaak weerbarstiger.”
2. Wat sprak je aan in deze functie en waarom is dit voor jou het juiste moment om voorzitter van de Raad voor Cultuur te worden?
“Dit soort dingen komt eigenlijk nooit precies op het juiste moment. Ik was helemaal niet bezig met weggaan bij wat ik nu doe. Tegelijkertijd is dit zo’n unieke positie: je krijgt de kans om mee te denken over beleid én om de stem vanuit de praktijk daarin mee te nemen. Zeker met de veranderingen die de komende jaren in het cultuurstelsel spelen, vind ik het bijzonder om daar onderdeel van te mogen zijn. Ik zie het ook als een verantwoordelijkheid: als je de mogelijkheid krijgt om op deze manier iets voor de sector te betekenen, wil ik daar graag mijn steentje aan bijdragen.”
3. Wat raakt of valt je op als je kijkt naar de mensen die in cultuur en media werken?
“Wat mij steeds weer opvalt, is hoeveel passie er in deze sector zit. Mensen willen verhalen vertellen, iets maken, iets betekenen voor een publiek - of dat nu klein en gespecialiseerd is of juist heel breed. Tegelijkertijd zie je ook dat keuzes in beleid heel direct kunnen doorwerken in het dagelijks werk van mensen en onzekerheid kunnen veroorzaken. Nederland heeft een bijzonder rijk cultuur- en medialandschap. Juist daarom vind ik het belangrijk om zorgvuldig te blijven kijken naar wat er in de praktijk gebeurt.”
4. Welke ontwikkelingen of vraagstukken vind jij zelf op dit moment het meest urgent, en welke rol zie je daarin voor de raad?
“Daar vind ik het op dit moment nog te vroeg voor om iets over te zeggen. Ik wil de komende periode vooral luisteren. Welke gesprekken worden er binnen én buiten de raad gevoerd? Welke perspectieven zijn er? Voor mij is het belangrijk dat alle stemmen meetellen. Het gaat uiteindelijk om de sector en niet om mij als persoon.”
“Voor mij is het belangrijk dat alle stemmen meetellen. Het gaat uiteindelijk om de sector en niet om mij als persoon.”